Hoe lang nog…
“Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud”
Deze hakte er stevig in! Terwijl de ruitenwissers in een vast ritme zwiepten, sloeg de regen gestaag neer op de voorruit. Ben klemde het stuur zo hard vast dat zijn knokkels wit werden. Hij hoorde nog steeds Mariekes stem: “Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud.”
Haar woorden waren zacht geweest, maar de barst erin voelde als een echo door zijn hele lichaam. Hij had naar haar gekeken, hoe ze haar koffie nauwelijks had aangeraakt, de damp inmiddels verdwenen. Haar handen lagen in haar schoot, de vingers licht trillend. Ben had iets gezegd, iets wat professioneel klonk. “Heb je al gedacht aan verlof nemen? We moeten je goed houden, Marieke.” Haar knik was kort geweest, haar blik op een scheur in de muur gericht. Niet op hem.
Nu, in de auto, voelde hij hoe zijn maag samenkneep. De regen tikte harder, alsof de natuur zijn eigen chaos spiegelde. Bij het stoplicht greep hij zijn telefoon. Een bericht sprong naar voren: “Kunnen we morgen kijken naar de roosters? Het is chaos.” Chaos. Hij liet de telefoon met een klap op de bijrijdersstoel vallen en wreef met een hand over zijn gezicht. Een zucht ontsnapte, diep en onvrijwillig.
Thuis parkeerde hij de auto. De straat was stil, afgezien van het zachte gebrom van de regen. Hij bleef zitten. In de buitenspiegel staarde hij naar zichzelf. Zijn ogen zagen er hol uit, vermoeid, met een schaduw van iets wat hij niet wilde benoemen.
Hoe was het zover gekomen? Hoe kon hij leidinggeven als hij zelf verdwaald was in de dagelijkse brandjes en het emotionele gewicht van zijn zorgteams? De beelden van de dag flitsten door zijn hoofd: Mariekes handen, een collega die hem vragend aankeek, een eindeloze stroom e-mails met “dringend” in het onderwerp.
Hij stapte uit de auto, de regen voelde koud op zijn huid. Bij de voordeur bleef hij even staan en keek omhoog naar de grijze hemel. “Hoe luister ik écht, zonder de drukte mijn beslissingen te laten kleuren?” fluisterde hij tegen zichzelf. Hij ademde diep in en liep naar binnen. Een gedachte drong zich aan hem op: morgen zou hij vragen hoe het écht met Marieke ging. Misschien begon het daar wel.
Wanneer heb jij voor het laatst gevraagd hoe het echt met je collega ging?









